Please activate JavaScript!
Please install Adobe Flash Player, click here for download

Spelling van de Werkwoordsvormen

4 INLEIDING In de zin Hij verbouwt het huis eindigt het werkwoord op een t en in Hij heeft verbouwd eindigt datzelfde werkwoord op een d. In het eerste zinnetje is het werkwoord een persoonsvorm, in het tweede zinnetje een voltooid deelwoord. De persoonsvorm en het voltooid deelwoord noemen we werkwoordsvormen. Voor het spellen van deze werkwoordsvormen worden verschillende regels gebruikt en daarom schrijf je in het eerste zinnetje verbouwt en in het tweede verbouwd. De hoofdstukken in deze module hebben steeds dezelfde opbouw: eerst herkennen, dan spellen1 . In hoofdstuk een en twee leer je onder andere waar je de persoonsvorm en het voltooid deelwoord aan kunt herkennen en hoe je deze werkwoordsvormen spelt. In het Nederlands gebruiken we veel Engelse werkwoorden. Deze worden behandeld in hoofdstuk twee. Hoofdstuk drie gaat over het verschil tussen de vergrote foto en Hij vergrootte de foto. Ook bij deze spellingkwestie gaat het allereerst om herkenning: vergrote is geen werkwoord maar een bijvoeglijk naamwoord. Voor de spelling geldt een andere regel dan voor de persoonsvorm vergrootte. Pas als je weet met wat voor soort woord je te maken hebt, kun je het goed spellen. Bij de lesstof horen opdrachten. Als de eerste serie opdrachten nog veel problemen oplevert, dan kunt u de opdrachten onder het kopje ‘Extra’ maken. Met de antwoordbladen achter in het boek kunnen de antwoorden worden nagekeken. Deze module kan onder begeleiding worden doorgenomen, maar is ook geschikt voor zelfstudie. Veel succes! Stans Koning 1 Ik gebruik in deze module het herkenbare woord ‘spellen’ waar officieel vaak ‘vervoegen’(eigenlijk correcter) wordt gebruikt. Ik heb gekozen voor toegankelijkheid. ‘Spellen’ wordt tegenwoordig zo vaak gebruikt (zoals in ‘werkwoordspelling’) dat ook ik hier de voorkeur aan heb gegeven.

Pages Overview