Please activate JavaScript!
Please install Adobe Flash Player, click here for download

Spelling van de Werkwoordsvormen

15 Opdracht 9 verleden tijd van regelmatige werkwoorden Zet het werkwoord dat tussen haakjes staat in de verleden tijd. 1. Ik …………………………………. (haasten) me naar de tram. 2. Toch……………………………... (missen) ik lijn drie, waardoor ik een kwartier moest wachten. 3. In de tram ……………………………….. (ontmoeten) ik een nieuwe collega van het werk, die mij begin deze week een contract ……………………………… (faxen.) 4. Zij ……………………………………. (beantwoorden) mijn vragen over haar nieuwe baan. 5. Wij ………………………………….. (verbazen) ons over de gloednieuwe computers. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. EXTRA 9a verleden tijd van regelmatige werkwoorden Zie volledige versie DE PERSOONSVORM SPELLEN

Pages Overview