Please activate JavaScript!
Please install Adobe Flash Player, click here for download

Spelling van de Werkwoordsvormen

13 zie volledige versie 1.2.3. Spelling persoonsvorm verleden tijd (officieel onvoltooid verleden tijd, o.v.t.) regelmatige werkwoorden Je weet nu hoe je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd moet spellen. Hieronder wordt de spelling van de verleden tijd behandeld. Voor de spelling van de persoonsvorm in de verleden tijd splitsen we de werkwoorden in regelmatige en onregelmatige werkwoorden. regelmatige werkwoorden ( ook wel zwakke werkwoorden genoemd) Werkwoorden waarbij de klinker in de verleden tijd niet verandert noemen we regelmatige werkwoorden: ik luister, ik luisterde; ik praat, ik praatte. Als je een regelmatig werkwoord in de verleden tijd uitspreekt, dan hoor je meestal wel of het eindigt op de/den of te/ten. Je schrijft op wat je hoort, maar let er wel op dat je de uitgang altijd achter de stam plakt! nog even in een schema Ta XiKoFSCHiP Helaas weet je niet altijd hoe je een woord in de verleden tijd moet uitspreken. Is het faxte of faxde? Bij twijfel gebruiken we de regel taxikofschip: Je hoort luisterde, niet luisterte.   DE PERSOONSVORM SPELLEN

Pages Overview